De God van het kwaad

Reus van de Province, Berg des Doods of Le Mont Ventoux. Synoniem voor wielergeschiedenis. Vaak teisteren Mistralwinden de flanken van deze kale berg. Opgezweept boven ‘La mer Méditerranée’. In 2005 reed ik samen met een aantal vrienden langs de fameuze berg. Een berg waar een mysterieuze aantrekkingskracht vanuit gaat. Wie dat heeft gevoeld, moet er gehoor aan geven. Ook ik viel eraan ten prooi.
Naar boven
We stopten in Bédoin, het bedevaartsoord onderaan Le Mont Ventoux, en namen een hotel. Het was aan het einde van een lange hete dag in de Province en de wind was gaan liggen. Nu overheerste de heerlijke geur van lavendel. We besloten de auto te pakken en naar boven te rijden. Eerst door het bos naar Chalet-Reynard. Mijn god, wat een klim. Bij het monument van Tom Simpson – de in 1967 omgekomen wielrenner – stopten we even en reden daarna door naar het onheilspellende gebouw op de top. De plek waar Merckx in 1970 aan de zuurstof ging. Er brandde precies één lichtje in de donkere kille nacht. Alfred Hitchcock had het kunnen verzinnen. Precies in de laatste haarspeldbocht naar boven sloeg de motor af. Een combinatie van oververhitting, een extreem stijgingspercentage en een veel te vol gepakte auto. Gelukkig liep alles goed af en met oververhitte remschijven en in de eerste versnelling belandden we toch nog in ons hotel. Een prachtige belevenis.
Mythische bergen
Gisteren, 26 juli 2009, reden ze weer op deze mythische berg. Helaas was het slechts een nagerecht van een prachtig diner. Een nagerecht op de De God van het Kwaad kan helemaal niet. De helden van de Tour de France, gevangen binnen de wetten van de commercie. Desondanks is mijn respect voor de renners sinds die nacht in de zomer van 2005 alleen maar toegenomen. Sommige plekken in Schotland oefenen diezelfde vreemde aantrekkingskracht uit. Een daarvan is de Lairig Ghru. Een gekke combinatie van eenzaamheid, mysterie en sereniteit. Het maakt iets in de mens los. Het doet iets met je. Precies om deze reden loop ik er deze zomer. Paarse heide in Schotland, paarse lavendel in de Province. Een vreemde speling van de natuur.
Wisselwerking
Het tweede gedeelte van de route door de Lairig Ghru begint na Devil’s Point. Ook hier heeft de wind vrij spel in een poëtisch landschap dat is geschapen door de elementen. De mens is hier slechts figurant. De plek waar je ook zomers nog verrast kunt worden door kille ijsregens. In de zomer van 2001 liep ik hier samen met mijn broer Jonathan. Ook toen ervaarde ik datzelfde unheimische gevoel dat ik jaren later zou voelen op Le Mont Ventoux. Het leven kan heel simpel zijn wanneer er harmonie is tussen omgeving en geest. Voor de één is dat de stad, voor de ander de natuur. Voor mij is dat soms de natuur en soms de stad. Juist díe wisselwerking.
Pool’s of Dee
De route naar Aviemore voert na het hoogste punt van de Lairig Ghru naar de Pool’s of Dee. Onderweg kun je afhankelijk van het weer Cairn Toul, Angel’s Peak en Braeriach zien. In deze omgeving doolt de ‘Grey Old Man of Ben MacDui’ rond. Een soort kwade geest gebaseerd op een oud Schots volksverhaal. Vlak onder de top van de Lairig Ghru is er nog een verschrikkelijk stuk met boulders. Vaak waait het er en is het mistig. Hier gaat de loper van steen op steen om vooral niet te vallen. Na het hoogste punt duiken we het bos in. Hier stond vroeger Sinclair’s Hut. Het is nu oppassen voor boomstronken. Mijn bedoeling is om via Norwegian Lodge af te dalen richting Loch Morlich om zo Reindeer House te bereiken.
Nog een maand en dan is het zover: terug in de Lairig Ghru. Ik heb er zin in.
Mikel Knippenberg








