10 VRAGEN AAN... JAN SIEBELINK

foto

JAN SIEBELINK
romanschrijver en fanatiek wielerfan.

Jan Siebelink (1938) is romanschrijver en fanatiek wielerfan. Over die sport schreef hij onder meer het portrettenboek ‘Pijn is genot’ (1992 en 2007). Zijn laatste roman ‘Suezkade’ (2008) is de langverwachte opvolger van ‘Knielen op een bed violen’.

Als gangmaker bij de Letterenloop voert hij op zondag 7 juni bij de start het hardlooppeloton aan. Hoe is nog niet zeker: op de racefiets of te voet met zijn twee hazewindhonden Haas en Merlijn. Met hen loopt hij vaak hard tijdens het uitlaten. De tien kilometer rent hij nog steeds binnen een uur. Buiten het winterseizoen fietst Siebelink meerdere keren per week een ronde van tachtig kilometer.


1. Waarom bent u gaan wielrennen?
In mijn jeugd ben ik begonnen met turnen. Oefeningen op de lange mat en dat soort dingen. Erg goed was ik niet en het gaf me ook weinig plezier. Via mijn moeder kwam ik al vroeg in contact met Wim Breukink, de vader van Erik en directeur van de Gazelle fietsfabriek in Dieren. Hij was de eerste die me enthousiast heeft gemaakt voor het wielrennen.

2. Wat is het mooiste van die sport?
Dat je door de wereld rijdt. Hardlopen doe ik ook nog steeds, maar dan ben je toch vooral met jezelf bezig. Op de fiets rijd je echt door het landschap en kun je nog eens rustig om je heen kijken. Wat ik verder prettig vind is dat je niet gebonden bent aan een veld of allerlei voorbereidingen moet treffen. Je pakt gewoon de fiets en gaat rijden.

3. Wat is uw persoonlijke doel voor 2009?
Dat heb ik niet echt. Meerdere keren per week fiets ik een vast parcours van Ede naar Arnhem. Breukink trainde daar altijd en Robert Geesink schijnt er ook vaak te rijden. Er zit een venijnig klimmetje bij Velp. Zo’n rondje van mij is zeventig tot tachtig kilometer lang. Er zit geen speciaal doel achter, het gaat zoals het gaat. Eigenlijk fiets ik elke keer terug naar het landschap van mijn jeugd.

4. Motivatietip: hoe pept u zich op als u geen zin hebt?
Door tegen mezelf te zeggen dat het heel nuttig is. Het is goed voor je conditie en een medicijn tegen het ouder worden. Gelukkig vind ik het niet erg om door rotweer te fietsen. Het liefst stap ik op met mooi weer en valt onderweg een bui. Bij onweer ga ik onder een brug staan. Ik houd er wel van en het hoort bij het lijden, zeg maar. In de winter fiets ik trouwens nauwelijks hoor. Ik begin als de pollen uit de lucht zijn, dus je kan me wel een zomerfietser noemen.

5. Heeft u één of meerdere rituelen?
Mijn fietsroute is een soort vast ritueel. Op de momenten dat ik in een dip zit, stel ik me nog altijd voor dat ik voorin meedoe aan de Tour de France. Publiek en pers vragen zich af wie die onbekende renner toch is en waarom hij hun niet eerder is opgevallen. Zo win ik dan een touretappe en voel ik me onderweg prettig. Daarnaast laat ik elke dag mijn honden uit en dat doe ik meestal rennend. Je bent dan nog stokken aan het gooien enzo, dus het is een echte fysieke bezigheid. De tien kilometer loop ik ook nog steeds binnen het uur.

6. Waarom is fietsen vooral in het zuiden van ons land zo populair?
Dat heeft veel met armoede te maken die in Noord-Brabant en Zuid-Limburg veel groter was dan in de provincies boven de rivieren. Wim van Est heeft me nog verteld dat in plaatsen als Sint Willebrord, waar renners als hij en Wagtmans vandaan kwamen, fietsen de enige manier was om te stijgen op de maatschappelijke ladder. Die jongens plukten allemaal erwten of aardbeien voor een laag loon. Met wielrennen konden ze extra geld verdienen en hun sociale status verhogen. Geen school, maar sport dus. Het was dé manier om boven de massa uit te stijgen. Er zit ook iets katholieks in denk ik. Het is een sport van rituelen en op zondag koersen is geen enkel probleem.

7. Van welke blessure heeft u het meest last?
Twee jaar lang heb ik last gehad van een vervelende schouderblessure. Daardoor kon ik niet op mijn handen leunen bij het fietsen. Na veel rust nemen is dat nu gelukkig voorbij, maar de afgelopen periode heb ik voornamelijk hardgelopen.

8. Wat eet u voor een rit of training?
Gewoon, iets van een boterham. Verder neem ik altijd een paar tomaten, wat appels en een mesje mee. Vooral op frisse tomaten, het liefst wat overrijp, ben ik erg gesteld. Ze schijnen ook erg gezond te zijn en ik las laatst dat het de prostaatgroei belemmert.

9. Wat is uw favoriete wedstrijd?
Dat is toch Luik-Bastenaken-Luik. Die laatste heuvel, hoe heet-ie ook al weer, Sart-Tilman toch, vind ik fantastisch. Ik kom verder bijna nooit in die streek, maar de naam Bastogne spreekt me erg aan vanwege die enorme slagvelden in de Tweede Wereldoorlog. Bovendien heeft Johan van der Velde de koers een keer gewonnen en Boogerd drie keer bijna. Het is toch een wedstrijd waar iets mythisch omheen hangt. Van mij mag Karsten Kroon hem een keer winnen. Hij verdient het wel en ik vind het een aardig ventje. Geesink mag ook van mij. Wat dat betreft blijf ik toch een beetje chauvinistisch.

10. Komt u nog met een nieuw sportboek?
Ruim tien jaar na ‘Pijn is Genot’ (1992, red.) heb ik ‘Eerlijke Mannen op de Fiets’ (2003, red.) geschreven. Daar heb ik onder andere Jan Nolten, Michael Boogerd en Erik Dekker voor opgezocht. In 2007 zijn deze twee boeken mooi samengevoegd tot een nieuwe uitgave van ‘Pijn is Genot’. Of ik nog met een nieuwe aanvulling kom? Nou wie weet.

img

Pijn is genot

boekDe vernieuwde versie van Pijn is genot is uitgebreid met alle andere wielerverhalen die Siebelink heeft geschreven over de sport. Over de grote obsessie: het winnen van een etappe of de Tour en de bekroning die alle pijn doet vergeten. De verhalen in Pijn is genot zijn een genoegen om te lezen. Een vleugje spot, een snufje psalm en een kleine herinnering aan de Franse literatuur: deze ingrediënten zijn de herkenbare elementen waarmee de schrijver zich ook in dit boek bedient.

Boek: Jan Siebelink - Pijn is genot
(2008, De Bezige Bij, ISBN 978 90 600 5682 0)

 


img

Suezkade

boekHoofdpersoon in Suezkade is de drieëntwintigjarige Marc Cordesius, werkzaam aan het Haagse gymnasium Descartes, waar hij al vanaf de eerste dag een hartstochtelijke liefde voor de jonge leerlinge Najoua voelt. Cordesius is een innemende, dandyeske verschijning, die direct het vertrouwen van de rector weet te winnen en naar verloop van tijd verwerft hij een eigen lokaal.

Het is een haast paradijselijke enclave waar, tegen de moderne onderwijsontwikkelingen in, nog plaats is voor grammatica en literatuur. Suezkade is een allesomvattend boek over een verlopen docentschap en een fatale liefde.

Boek: Jan Siebelink - Suezkade
(2007, De Bezige Bij, ISBN 978 90 234 2880 0)

img

image
Terug naar het INTERVIEWOVERZICHT