5 VRAGEN AAN... JOKE HERMSEN

Loopteam van Sanrise met linksonder Marc Lammers

Joke Hermsen
Schrijfster en filosofe

Schrijfster en filosofe Joke Hermsen, auteur van de bestseller ‘Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst’, reikt in juni de prijzen uit bij de Letterenloop. En dat voor iemand die een pleidooi houdt voor rustiger aandoen en zelf helemaal niet van hardlopen houdt. Een mooie contradictie. Vijf vragen om bij stil te staan.

1. Welke functie heeft hardlopen voor u?
“Geen enkele! Als ik loop, dan doe ik dat liever zo rustig mogelijk, kijk veel om me heen, sta me eindeloos aan een uitzicht te vergapen. Veel kilometers maak je zo niet, maar deze manier van lopen is voor mij heel goed voor het denken, het dagdromen en het verzinnen van een nieuwe passage voor mijn roman of een essay.”

2. Wat is de belangrijkste boodschap van ‘Stil de tijd’?
“Omdat we het allemaal zo druk hebben, menen velen van ons dat ze te weinig tijd hebben of dat ze door de tijd opgejaagd worden. Onze ervaring van tijd lijkt zich hoofdzakelijk nog door de kloktijd te beperken, terwijl de ware tijd pas begint als de klokken zwijgen, zoals Faulkner schreef. De tijd heeft als het ware twee gezichten, zoals de oude Grieken al wisten. Aan de ene kant is er de meetbare, chronologische tijd, zeg maar onze kloktijd, en aan de andere kant is er een subjectieve, innerlijke tijd, die echter in de loop van de 20ste eeuw steeds meer naar de achtergrond is verdreven. Juist die innerlijk ervaren tijd is belangrijk voor ons mentale welzijn, onze rust en onze creativiteit, laat ik in mijn boek zien.”

3. Hoe belangrijk is rust? Hoe creëert u rust voor uzelf?
“Rust  is de voorwaarde voor het denken, meende Plato. Zonder rust kun je geen nieuw inzicht, geen nieuwe gedachte, geen nieuwe visie ontwikkelen. Maar juist deze rust wordt tegenwoordig nauwelijks meer genomen. Onze tijd wordt gekenmerkt door rusteloosheid. We shoppen, zappen, reizen en surfen van hot naar her, en slaan ons al multi-taskend door het drukke leven heen. Uiteindelijk komt dan ons vermogen tot creativiteit op het spel te staan.”

4. Hoe pept u zich op om te gaan schrijven?
“Het antwoord daarop is heel eenvoudig: afwachten. En vervolgens misschien ook naar muziek luisteren, een boek lezen of een wandeling door de stad maken. Soms is het ook voldoende om gewoon achter je schrijftafel te gaan zitten. Schrijven is niet zozeer doelgericht bezig zijn, alswel concentratie en aandacht opbrengen voor iets waarvan het nut zich niet meteen laat aflezen. Heel vaak mondt juist de zin om te schrijven uit in het tegendeel: weerzin. En juist als ik denk dat het wel niets zal worden vandaag, gaat het wel goed. Dat is toch wel het mysterie van het schrijven, dat misschien op die manier met geen enkele sport te vergelijken is. Of misschien ook wel. Misschien hebben hardlopers dat ook wel. Dat de zin voor het lopen zich niet vooraf aankondigt, maar juist tijdens het lopen ontwikkeld wordt. Schrijven doet schrijven, misschien doet lopen ook wel verder lopen?”

5. Wat het belang is van rituelen?
“Ja, voor het schrijven kunnen die rituelen die aan het schrijven vooraf gaan, wel belangrijk zijn om in de juiste stemming en concentratie te komen. Ik zet dan eerst de telefoons en e-mails uit, luister vervolgens naar muziek, of lees wat. Het zijn voor mij rituelen die het rumoer van de wereld doen verstommen en het opjagende karakter van de klok doen verstillen. Gejaagd en haastig kom ik tot niets in het schrijven. Ook hier geldt dat rust een voorwaarde is om iets nieuws te kunnen maken. Schrijven is altijd een verhouding zoeken tot de tijd, want schrijven is luisteren naar een ritme, dat door de schrijver zelf geschapen moet worden en niet veel van doen heeft met het gestaag en regelmatig voorttikken van de taak. In hoeverre dit met hardlopen te vergelijken is, weet ik echt niet. Maar ik herinner mij wel een uitspraak van Peter Winnen die ooit in een interview vertelde dat tijdens het wielrennen hij soms in een andere tijd terecht kwam, die niets meer te maken had met de klok noch met de tijdrace van de wedstrijd, maar eerder een soort tijdloze tijd leek te zijn. Het wordt door sommige psychologen ook wel 'flow' genoemd. Als je diep geconcordeerd bent, raak je in ‘flow’, vergeet je de klok en kom je in een andere tijd terecht. Die andere tijd is heel vruchtbaar, misschien zelfs wel noodzakelijk voor het schrijven, maar ook voor tal van andere creatieve bezigheden.
Vandaar dat ik in mijn boek ‘Stil de tijd’ met behulp van vele schrijvers, musici en kunstenaars op zoek ben gegaan naar die andere tijd, die in onze jachtige, moderne samenleving te veel op de achtergrond dreigt te raken.”

Boek: Joke Hermsen - 'Stil de tijd.
Pleidooi voor een langzame toekomst'



break


image
Terug naar het INTERVIEWOVERZICHT