10 VRAGEN AAN... MINISTER GERDA VERBURG

foto

GERDA VERBURG
minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Minister Gerda Verburg (1957) is ruim twintig jaar geleden begonnen met hardlopen en ondanks haar drukke agenda slaagt ze er in vier tot vijf keer per
week haar loopschoenen aan te trekken. Ze heeft
al verschillende marathons op haar naam staan.





1. Waarom bent u gaan lopen?

“Dat kwam door een goede vriend. Ik zag hem te weinig en door samen hard te lopen konden we bijpraten. Dat was 23 jaar geleden, midden jaren ’80. Het begon met 1,3 kilometer heen en 1,3 kilometer terug. Dat vond ik toen heel wat!"

2. Wat is het mooiste van lopen?

“Je wordt er fit van, je beleeft de omgeving sterk, je bent lekker buiten in landschap en natuur, je kunt de seizoenen ruiken.”

3. Op welke loopprestatie bent u het meest trots?
In Kaapstad heb ik een ultramarathon van 56 kilometer overbrugd. Die begint om zes uur ’s ochtends en na 31 kilometer kom je uit op de berg Chapmans Peak. Daar heb je uitzicht op twee oceanen: de Indische én de Atlantische. Vandaar de naam Twee Oceanenmarathon.

4. Motivatietip: hoe pept u zich op als u geen zin heb?
Dat hoef ik zelden te doen. Voor een marathon heb ik een voorbereiding van drie maanden. Dan heb ik een uitgebreider trainingsschema en de laatste maand drink ik geen bier en wijn maar karnemelk en jus d’orange. Ook eet ik nóg gezonder, met meer koolhydraten.

5. Wat is uw persoonlijke loopdoel voor 2009?
Regelmatig lopen, ondanks mijn drukke agenda. Dat betekent: de tijd vinden én nemen om vier tot vijf keer per week hard te lopen, ook als ik op reis ben. Bij het inpakken van mijn koffer gaan mijn hardloopspullen er als eerste in.

6. Heeft u één of meerdere looprituelen?
Ik probeer van te voren de route in mijn hoofd te prenten door deze met de auto of de fiets te rijden of door de beschrijving te bestuderen. Zo weet ik wanneer ik bij de 35 kilometer ben en als de ‘man met de hamer’ dan nog niet is langsgeweest, dan komt hij niet meer.

7. Waarom is hardlopen zo populair?
Het is een sport die je vrijwel overal kunt beoefenen, zonder veel voorbereiding en ballast.

8. Van welke blessure heeft u het meest last?
“Ik heb gelukkig weinig last van blessures, maar het rekken van de korte kuitspieren is voor mij belangrijk. Anders loop ik het risico van spierpijn.”

9. Wat eet u voor een wedstrijd of training?
“De dag vóór een wedstrijd eet ik zelfgebakken pannenkoeken.”

10. Wat is uw favoriete loopevenement?
“De zaterdag vóór kerstmis is traditioneel de halve marathon van Linschoten. Voor mij de afsluiting van een druk seizoen, nu als minister en eerder als kamerlid, en de opmaat naar een rustige en feestelijke periode.”

image
Terug naar het INTERVIEWOVERZICHT