Banner
onlinehardloopwinkel.nl

Jessica Durlacher

Jessica_DurlacherSchrijfster en hardloper

Jessica Durlacher (1961) debuteerde in 1997 met de roman ‘Het Geweten’. Ze won er de Debutantenprijs en Het Gouden Ezelsoor mee. Haar tweede roman ‘De Dochter’ verscheen in 2000, was een bestseller in Nederland en werd in Duitsland, Zweden en Italië vertaald. Daarna volgden ‘Emoticon’ en drie novellen.

Jessica woont met echtgenoot en auteur Leon de Winter en hun twee kinderen sinds 2008 in Santa Monica in de VS. Ze loopt graag en veel hard. In oktober is ze even terug in Nederland voor de presentatie van haar nieuwe roman ‘De held’.

1. Waarom bent u gaan hardlopen?
‘Dat is zo lang geleden… Ik was als kind eigenlijk nooit een sporter maar was begin jaren tachtig toch maar met zwemmen begonnen omdat ik altijd zo moe was. Op een dag merkte ik dat ik echte zware zwemmers-schouders en een dito nek aan het ontwikkelen was en dat mijn haar groen uitsloeg bij bepaald licht, en besloot ik dat ik iets anders moest. Ik begon met een rondje Vondelpark, en raakte daaraan verslaafd. Aan de ‘rush’ die ik ervan kreeg. In 1986 kreeg ik mooie hardloopschoenen voor mijn verjaardag en vanaf toen vloog ik.’

2. Wat vindt u het mooiste van hardlopen?
‘De vrijheid ervan, en de macht die het geeft: de macht over je eigen lichaam maar ook de macht over je onmiddellijke omgeving. Je trekt sporen, heb ik het gevoel, als een dier, overal waar je hebt gerend heb je je merkteken gezet. Daar is het een beetje van jou.’

3. Op welke loopprestatie bent u het meest trots?
‘Dat weet ik niet. De glorie zit hem altijd in het moment zelf, de loop zelf. Ik ben eigenlijk geen prestatierenner. Ik hou er wel van snelle renners vóór me in te halen en als dat lukt, ben ik trots en voel ik me fantastisch. Maar dat zijn allemaal geheime overwinningen, het gebeurt zonder veel systematiek of planning.’
 
4. Hoe pept u zich op als u geen zin hebt om te trainen?
‘Gewoon maar doen, niet te veel denken… Licht dwangneurotisch zijn helpt. ’t Moet gewoon.’

5. Wat is uw persoonlijke loopdoel voor 2011?
‘Een vaag, nog niet geheel doordacht doel: de marathon van LA of New York. Maar dan moet ik wel van mijn schouderblessure af zijn.’

6. Heeft u één of meerdere looprituelen?
‘Meerdere. Twee rondes om de countryclub van Brentwood (ongeveer 5 mijl) of naar de oceaan over San Vicente Boulevard heen en terug (ongeveer 7 mijl) of (met veel energie) met de fiets naar de oceaan en dan over de boardwalk richting Malibu rennen en weer terug. (6/7 mijl). Dat is de mooiste route, vlak en weids. Die biedt het meeste. De meeste vrijheid, de meeste geluksgevoelens. Wel moet je daarna niet te veel meer willen met je dag…’

7. Waarom is hardlopen zo populair volgens u?
‘Het is een uiterst eenvoudig en natuurlijk concept en zo oud als de wereld. Het is goedkoop en gemakkelijk en het verschaft een gevoel van doelgerichtheid en dynamiek in je leven, ook als dat doel en die dynamiek op andere gebieden objectief gezien eigenlijk minimaal zijn. Hardlopen geeft een fantastische illusie van zingeving en je word er natuurlijk ook echt sterker en gezonder van, dus helemaal zinloos is het niet. Maar, het moet ook weer niet worden overdreven!’

8. Wat hebben hardlopen en schrijven gemeen? En wat is het grootste verschil?
‘Het is allebei een kwestie van hardnekkigheid, discipline en endurance, uithoudingsvermogen. En noodgedwongen je eigen meester moeten zijn. Maar ze zijn ook complementair. Ze vullen elkaar aan als bezigheden. Het verschil is dat je ook kunt hardlopen als je suf, chagrijnig of gespannen bent – maar dat dat allemaal niet erg meewerkt als je wil schrijven. Wel kan het helpen voor het schrijven om te gaan hardlopen als je suf, chagrijnig of gespannen bent.’
 
9. Wat eet u vóór een wedstrijd of training?
‘Een lekker klein hapje. Een cracker met iets, een beetje fruit, zoiets. Ik loop meestal ’s ochtends. Altijd eerst koffie met melk.’

10. Wat is uw favoriete loopevenement?
‘Ik ben niet erg van de evenementen, maar ik vond de KiKa-loop wel leuk, en de Letterenloop natuurlijk, van 10 km – omdat ik ondanks mijn tamelijk beroerde tijd (ik dacht dat ik het in 43 minuten kon, het bleken er 46 of misschien wel 47 te zijn – weet ik niet eens meer) de snelste schrijfster bleek te zijn. (Alles is relatief. ) Ik heb eenmaal de halve marathon van Amsterdam gedaan – maar dat was wel een aanslag op het gestel, vond ik. Ik ben nu Murakami aan het lezen en daardoor toch weer in de ban van de marathon. Als hij dat zomaar kan, moet ik dat toch ook kunnen?’