Johan van Santen
Docent
Johan van Santen (58) is docent in groep 5 en 6 van de basisschool en is secretaris van de avVN (atletiek vereniging Veteranen Nederland). Hij stond sinds 1977 bij 3100 lopen aan de start en heeft al meer dan 35.000 km ‘in de benen’.
1. Waarom bent u gaan hardlopen? Wat was uw eerste loop? Welk jaar?
‘Ik ben geen echte teamsporter. September 1977 had ik de Singelloop in Utrecht gelopen. Bij het omkleden zag ik het trimloopboekje liggen. Ik stond meteen het weekend erop aan de start van Dragonderloop in Veenendaal. Ik ben begonnen en het is een verslaving geworden. Je kwam op zoveel nieuwe plekken en kwam zoveel onbekende mensen tegen. Op een gegeven moment werd het een ritueel. Ik heb altijd alles bijgehouden. De tijd is er pas later bijgekomen, in november ’78 voor het eerst. Ik ben een verzamelaar. Ik had een heel museum op zolder met posters, medailles etc. Daar heb ik nog een keer mee in Runner’s World gestaan.’
2. Wat vindt u het mooiste van hardlopen?
‘Ik heb in m’n leven nog nooit een centimeter getraind. Het leukste is het sociale gebeuren. Ik vind het leuk om te ‘ouwedeuren’. Bij elke loop ben ik een uur van tevoren aanwezig. Ze kennen me in heel het land.’
3. Op welke loopprestatie bent u het meest trots?
‘De 20 km door Brussel. Die heb ik een keer in 1 uur en 24 minuten gelopen. Ze zeggen altijd dat het een korte 20 km was. Ik ben ook organisator van loopjes geweest. Op die manier zijn we twintig keer met de dubbeldekker naar Brussel gegaan. ’s Ochtends om 9 uur vertrek uit Utrecht en ’s avonds om 11 uur terug. Dat was echt een dagje uit, met lekker eten na afloop in Brussel of Antwerpen. Heel gezellig.’
4. Hoe pept u zich op als u geen zin hebt om te trainen?
‘Ik train nooit. Ik loop alleen maar wedstrijden.’
5. Hoe blijf je 3100 lopen fit?
‘In ’78 heb ik een zweepslag gehad door overbelasting. En ik had een tijdje last van mijn kuit, maar dat was in de MKZ-periode, toen waren er bijna geen loopjes. Ik heb ook nooit spierpijn. Rond Hemelvaart loop ik drie, vier dagen achter elkaar. Ik voel nooit wat, draai m’n hand er niet voor om.’
6. Heeft u één of meerdere looprituelen?
‘Ik loop met m’n mond. Sta alleen maar te kletsen. Ik rek niet, ik strek niet. Eigenlijk overtreed ik alle hardloopwetten. Het is wachten voor de start en lopen.’
7. Waarom is hardlopen zo populair volgens u?
‘Ik denk de kilootjes en voor een andere groep de kick van het lopen van een wedstrijd, met name de grotere evenementen. Een week na de Zevenheuvelenloop loop ik in Harderwijk over een prachtig parcours. Staan er vijftig man aan de start. Dat snap ik niet, het is een schitterende loop.’
8. Heeft u een favoriet loopevenement?
‘Bij de Plassenloop Maarssen ben ik op twee keer na tweehonderd keer aan de start geweest. De meeste kilometers liggen daar. De loop combineerde ik altijd met een bezoek aan de wedstrijden van FC Utrecht. Egmond was m’n eerste halve marathon en m’n 250ste en 300ste. In totaal heb ik Egmond alweer 18 keer gelopen. De eerste keer, in 1978, liep ik in verschrikkelijke mist in 1 uur en 52 minuten. De 250ste en 300ste in 1:54u. Bij m’n 250ste halve marathon heb ik van Nico Pauw van de Linschotenloop een loper op een voet gekregen.’
9. En de marathon?
‘In al die jaren heb ik een keer aan de start van de marathon gestaan en dat is mislukt. Ik heb ervaren dat de marathon geen twee halve is. Ondanks dat ik langzaam ben gestart en goed op m’n drinken heb gelet, was het na 28 km over. Je moet er echt voor trainen heb ik gemerkt.’
10. Wat is uw ultieme loopdoel?
‘In kilometers bij elkaar opgeteld de wereld rond. Ik zit nu op zo’n 35.000 kilometer.’








