Joop van Riessen
Voormalig hoofdcommissaris van politie in Amsterdam, succesvol thrillerschrijver, veelgevraagd congresspreker en hardloper
Afgelopen zondag 5 juni loste Joop van Riessen het startschot van de Letterenloop in Bloemendaal. Joop loopt niet in wedstrijdverband, maar alléén voor zijn eigen plezier.
Afgelopen week is zijn derde politieroman verschenen onder de titel: de Bonusmaffia, waarin de hoofdfiguur, de charmante chef politie Anne Kramer (35 jaar), zich staande moet weten te houden tussen alle mannelijke rechercheurs. Dat belooft wat. Juist tijdens het hardlopen kwam Joop in zijn lange politieloopbaan (ruim 40 jaar) tot nieuwe inzichten in de vaak complexe zaken waar hij aan werkte. Keep-on-Running.nl stelde hem de bekende tien vragen.
1. Waarom bent u gaan lopen?
‘Lang geleden was ik in Duitsland op vakantie met mijn gezin. Ik ben toen vanuit het niets begonnen met lopen. ’s Ochtends om 7 uur begon ik heel voorzichtig met 5 kilometer hardlopen. Dit bouwde ik heel langzaam uit naar 10 tot 15 kilometer. Ik was toen begin 30 jaar en ondervond hoe goed hardlopen was voor geest en lichaam. Het hardlopen bouwde ik langzaam in mijn leven. Dat wil zeggen, minimaal 2 keer per week móest ik de deur uit. Ik begon het zó leuk te vinden dat ik een nieuwe uitdaging vond: de New York City Marathon. Een van ‘The Big Five’ in de wereld. De andere vier zijn: Boston, Chicago, Berlijn en Londen (red.). Zowaar kwam het er ook nog van: in 1989 schreef ik me in voor ‘The Old Lady’. Het was in de tijd – je raadt het al – van Wim Verhoorn en de grenzeloze mogelijkheden. In die tijd vertrokken we met een Boeing 747 vol met hardlopers naar ‘The Big Apple’. Ik begon in april met trainen, herinner ik me nog goed. Halverwege brak de stress op mijn werk en de fysieke moeheid van het hardlopen me op. Mijn arts raadde me aan niet meer hard te lopen. Ik luisterde naar hem en liep de laatste anderhalve maand van de voorbereiding niet meer. Ongelooflijk, maar daarna liep ik mijn beste marathon ooit. Notabene in New York: 3.30 uur.’
2. Wat vindt u het mooiste van lopen?
‘Wanneer ik hardloop kan ik verbanden leggen tussen zaken die ik normaal niet altijd kan overzien. Ik bedacht oplossingen en dwarsverbanden die we in politie-onderzoeken soms hard nodig hadden. Zaken zaten soms muurvast. Tegenwoordig loop ik ’s ochtends heerlijk hard en besteed ik ’s middags ongeveer vier uur aan het schrijven van mijn romans. Door ’s ochtends hard te lopen kan ik ’s middags heerlijk schrijven en scherp denken. Dit heb ik in de loop van mijn leven leren ontdekken. Ik kan niet meer zonder.’
3. Op welke loopprestatie bent u het meest trots?
‘Het volbrengen van de New York City Marathon in 1989. Het is bijna niet voor te stellen om meer dan 1.000.000 toeschouwers langs de kant te hebben staan. Vooral Central Park is onvergetelijk. ‘You can do it’, schreeuwen al die Amerikanen iedereen toe! WOW! Wat een enthousiasme en wat is het dan mooi om die medaille aan de finish te ontvangen. Onvergetelijk mooi.’
4. Motivatietip: hoe pept u zich op als u geen zin hebt?
‘Ik weet dat de eerste kilometer het allermoeilijkst is. Ná de eerste stap buiten de deur. Daarna gaat het altijd beter. Zélfs op een slechte dag. Dat motiveert altijd wel. Tegenwoordig moet ik accepteren dat het lopen moeizamer gaat naarmate ik ouder word. Ik ben nu inmiddels 68 jaar oud.’
5. Wat is uw persoonlijke loopdoel voor 2011/2012?
‘Ik heb geen loopdoel. Eigenlijk gaat het mij om het plezier in het lopen. Ontspannen nadenken over mijn boeken. Het is ook goed voor mijn gezondheid. Dat moet vooral zo blijven!’
6. Heeft u één of meerdere looprituelen?
‘Ik heb geen loopritueel. Alhoewel... misschien toch. Wanneer ik goed of slecht loop – dat maakt niet uit – stop ik altijd na twee kilometer om mijn spieren te rekken en strekken. Eigenlijk is dit een steeds repeterend ritueel of looppatroon. Dat doe ik al heel lang.’
7. Waarom is hardlopen zo populair?
‘Voor mijn gevoel komt dit omdat individuele lopers door zich in te schrijven voor een loopafstand onderdeel kunnen worden van iets veel groters: een evenement. Dit straalt natuurlijk iets machtigs moois uit. Als individu iets bijdragen aan het hogere doel. Dat spreekt veel mensen aan. Daarnaast is het zeer gezond. Genoeg redenen om in onze gehaaste maatschappij te gaan hardlopen. Even los uit ‘The Ratrace.’ Daar hoef je geen boeken voor te lezen.’
8. Hoe bereidt u zich voor op een wedstrijd?
‘Ik loop geen wedstrijden. Dus hoef ik me ook nooit voor te bereiden. Mijn enige doel bij het lopen is om een voedingsbodem te creëren voor het schrijven van mijn romans en om me gelukkig te voelen. Daarnaast voelt het natuurlijk erg gezond en zit ik na het lopen lekker in mijn vel. Niet lopen is volgens mij niet gezond. Dan word ik gek.’
9. Waar beleeft u het meeste plezier aan als u hardloopt?
‘Waar ik het meeste plezier aan beleef heb ik al eerder gezegd. Interessanter vind ik waar ik het minste plezier aan beleef. Dat zijn namelijk de momenten dat ik honden tegenkom (letterlijk) tijdens het hardlopen. Hun baasjes zeggen dan dat ze wel onder controle zijn. Ik krijg het dan helemaal benauwd. Zeker als ze dan ook nog tegen je aanspringen. Ik vind dat doodeng. In Amsterdam-Oost en -West heb ik me vaak niet veilig gevoeld tijdens het hardlopen. Jammer maar helaas.’
10. Wat is uw favoriete loopevenement?
‘Eigenlijk is dat heel simpel: New York. Als ik ooit nog eens de kans kreeg, dan loop ik hem nog een keer. De samenkomst bij de Verrezano Narrows Bridge in de vroege ochtend. De enorme fuik/trog voor de lopers bij de start. Het masseren aan de lopende band. De kleding over je heen gooien bij de start. De bomen hingen vol kan ik me nog goed herinneren. Uiteindelijk allemaal voor de liefhebbers. Ongelooflijk toch? Dat moet je eens in je leven hebben meegemaakt!’
Naschrift van onze redacteur Mikel Knippenberg: ‘Ik ben zo vrij Joop nog te vragen waar hij het meest trots op is in zijn rijke loopbaan. Even los van zijn loopavonturen. Dit zegt meer iets over de mens Joop van Riessen. Hij vertelt me over het oppakken van een kindermoordenaar in de jaren zeventig. Eerst vermoordde deze de 9-jarige Basje (1971), daarna de 10-jarige Hélène (1974). Een week hierna werd hij gelukkig opgepakt en Joop zat tegenover hem. Een gevoelloos mens, een psychopaat, oordeelde hij. De man kreeg levenslang en pleegde later in zijn cel zelfmoord. Ik bedank Joop voor dit mooie interview en concentreer me op de Letterenloop. Ik zie dat hij weer een pistool in handen heeft: het startpistool. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan... Dat dan weer wel.’








